De angel in de mon chou

Hij trekt zijn kraag omhoog en snuift de koude ochtendlucht naar binnen. De postbezorging is vandaag vroeg en Koen zoekt de postzakken met de postcodes van zijn regio. De bundels gesorteerde brieven zijn samen gebonden met de brede bruine elastiekjes. Snel zoekt Koen zijn favoriete postcode op en bekijkt de huisnummers van de postbundel. Haar naam siert een envelop, die duidelijk met een vulpen is geschreven. Gelukkig kan hij de drang de envelop naar zijn neus te brengen onderdrukken en hij stopt haar brief bij de andere poststukken.

Vandaag maar es tegen de klok zijn postrondje doen en hij kijkt of de kleppen van de postzak goed vast zitten, voordat hij op zijn fiets springt en wegrijdt. Zijn gedachten zijn al weer bij de envelop met haar naam.

Het bezorgen van de post gaat snel en Koen staat in de straat van zijn favoriete bezorgadres. Dan ziet hij haar naar haar auto lopen en vertraagt zijn snelheid. Hij zet zijn fiets tegen een boom, pakt een postbundel uit een van de postzakken en doet alsof hij de adressen bestudeert. Hij kijkt op als ze in haar auto voorbij rijdt. Ze is bezig met haar telefoon en ziet niet dat zijn blik haar volgt.

De waarheid is niet altijd wat het lijkt’ echoot in zijn hoofd. 'Het is maar net van welke kant je het bekijkt, maar het gekke is vanwaar ik het ook zie, zie ik niemand anders’. Hij kijkt haar auto na, duwt zijn romantische gedachtewolken opzij, loopt naar de eerste huisnummer en bezorgt de poststukken. Haar post bewaart hij voor het einde van zijn ronde. Voor de woning van haar ouders tast hij de brief af alsof hij iets probeert te ontdekken en hij strijkt met zijn wijsvinger over haar naam. Hij twijfelt nog even, maar stopt de brief door de brievenbus. Het dichtslaan van het klepje galmt na als hij naar zijn fiets wandelt.

Vandaag wil Sabrina eerder naar huis van haar werk, want ze heeft met haar kickboks vriendinnen afgesproken om naar de film te gaan en daarna wat te gaan drinken. Het kickboksen doen ze om af te vallen en elkaar regelmatig te zien. De adrenaline na een uurtje kickboksen doet haar goed en het sparren met haar vriendinnen versterkt hun vriendschap. Het wisselen halverwege de training van sparringpartner vind ze lastig, want ze merkt de laatste tijd dat een van de andere vrouwen in de sportschool haar bewust opzoekt. Het lijkt alsof zij harder stoot of sneller de kick-beweging maakt, terwijl Sabrina dan nog niet klaar staat om deze op te vangen of af te weren. Haar vriendinnen vinden dat Sabrina gewoon alerter moet reageren.

Er is veel verkeer op de weg terwijl ze zich een weg baant naar de kapperszaak, waar ze al meer dan vijf jaar werkt. Na haar middelbare school is ze gelijk aan haar kappersopleiding begonnen. Ze mag zich nu allround hairstylist noemen gezien de certificaten die ze heeft behaald voor de verschillende knip- en kleurtechnieken. Haar klanten vinden haar klantgericht, haar collega’s vinden haar professioneel en collegiaal. Toch voelt ze de laatste tijd een onrust die haar doet twijfelen. Ze weet niet of ze dit werk de komende tien jaar nog wel wil blijven doen. Wat ze precies wil weet ze niet, maar wat ze nodig heeft is meer spanning en meer anders.

Ze glimlacht als ze denkt aan haar laatste Tinder date. In de eerste instantie deed hij zich voor als een stoere gozer die wel te vinden is voor ruige seks. Uiteindelijk bleek hij een lieve, romantische inborst te hebben. Ze heeft de date halverwege de avond afgebroken door een app van een van haar vriendinnen te gebruiken als smoes dat haar vriendin in een crisissituatie zit. Op dat soort momenten verruilt ze haar engelachtige uitstraling voor haar donkere ik, egoïstisch en veeleisend. En die onderstroom lijkt de laatste tijd een grotere invloed op haar te krijgen.

Ze schudt de gedachten van zich af als ze haar auto voor de kapperszaak parkeert en loopt met een vriendelijk lachje haar collega’s tegemoet.

Het kost Ella moeite om zich klaar te maken en op weg te gaan. Haar moeder denkt dat ze last heeft van paniekaanvallen en onzeker is, maar zo voelt Ella dat niet. Ze is niet onzeker, maar ze heeft geen behoefte om door anderen gezien te worden. Haar gedachten lijken constant in gevecht met een innerlijke stem.

Daarom gaat ze graag naar haar werk bij de buitenschoolse opvang voor kinderen met een beperking. Als de kinderen naar haar kijken dan voelt het alsof ze gezien wordt zoals ze echt is. Zij zijn haar engeltjes en brengen het beste in haar naar boven, waardoor de nare innerlijke stem naar de achtergrond wordt geduwd.

Om haar zelfvertrouwen te helpen vergroten heeft heeft haar moeder haar zover gekregen dat ze zich op gaf voor een aantal kickboks lessen. Bij de eerste les maakte ze kennis met de andere vrouwen, waarin een groep vriendinnen haar opviel. Ze moesten lachen toen de trainer zei dat kickboksen eigenlijk een dans is. Een van die vrouwen keek haar aan en Ella liet het toe. Terwijl haar ogen werden vastgehouden door die ene vrouw dacht Ella: ‘je kent mij niet, maar als je met mij danst laat ik je misschien wel kennismaken met mijn demon.’

Ze loopt naar de bushalte en eenmaal in de bus kijkt ze naar buiten en ziet huizen voorbij gaan. Achter de ramen aanschouwt ze families die zich opmaken voor een school- of werkdag en ze vraagt zich af of ze haar ook opmerken. Het lijkt alsof de straten verdrietig zijn en de natuur grote moeite doet om vandaag snel voorbij te laten gaan.

Het gezicht van die ene vrouw uit de vriendinnenkring doemt op en ze vraagt zich af wat zij nu aan het doen is. Ella ziet een donkere blik als zij tijdens het wisselen van sparringpartners voor haar staat, maar de vrouw laat het elke keer toe en draait niet weg. Ella weet niet waarom zij de drang voelt om die vrouw pijn te doen door net iets sneller te bewegen waardoor ze elke keer te laat is met afweren. Na elke rake stoot of kick toont haar sparringpartner een duivels glimlach, maar het gezicht van de vrouw verhard niet. Net of ze er genoegdoening in vindt en naar de volgende rake stoot of kick smacht. Als er weer van sparringpartner wordt gewisseld lijkt ze teleurgesteld, maar neemt ze naadloos haar rol weer op binnen de vrolijke vriendinnenclub. Alsof of ze is vergeten dat ze Elle zojuist heeft laten zien wie ze werkelijk is. Na elke training als Ella in bed ligt streelt zij zichzelf naar een hoogtepunt met het gezicht van een vrouw die constant verandert. Haar demon kijkt jaloers toe.

Thuis gekomen kleedt Koen zich om en hangt zijn kleding in de kelderkast onder de trap. Op zijn mobiel leest hij de berichten van de medestudenten pedagogiek en bedenkt dat hij vandaag voldoende tijd moet nemen om zich voor te bereiden voor zijn komende tentamen. Hij vult de waterkoker, maakt een boterham met pindakaas klaar. Ondertussen glijden zijn gedachten naar de naam op de envelop. Meisjesnamen (of vrouwennamen) met een S verschijnen in zijn hoofd en hij denkt terug aan de dag dat hij haar voor het eerst zag.

Hij kwam haar tegen bij een van zijn rondes toen hij probeerde een magazine over haarmode door de brievenbus te duwen wat niet lukte, omdat het een dikke uitgave was. Hij hoorde een sleutel in het slot en zij deed de deur open. Haar haren waren nog nat en ze was gekleed in een peignoir met Chinese opdrukken die net iets te ver openviel toen zij het magazine aanpakte. Voor een moment begroette de welvingen van haar blanke borsten hem met een goedemorgen. Toen ze de deur na een ‘Nog een fijne dag’ dichtdeed rook hij haar parfum en bleef verdoofd naar de gesloten deur staren. Sindsdien is hij haar gevangene en haar straat zijn favoriete postcode. Hij checkt altijd of er post voor haar is en is teleurgesteld als dit niet zo is. Toch maakt Koen er een gewoonte van om dan door haar straat te fietsen. In zijn gedachtenwereld neemt haar verschijning groteske vormen aan.

Vandaag moet hij in de boeken duiken, zodat hij vanavond naar die workshop kan gaan over Pedagogische gezinsbehandeling en misschien daarna nog een drankje pakken.


Sabrina kijkt op de grote kitscherige wandklok en ziet dat het al half vijf is. Terwijl haar collega’s de kappersspullen opruimen pakt zij haar jas, wenst iedereen een fijne avond en loopt met een snelle pas naar haar auto. Voordat ze wegrijdt blikt ze nog op haar mobiel en leest het berichtje van haar ouders dat er een brief voor haar is binnengekomen. Haar ouders weten niet dat zij zich heeft opgegeven als hostess voor een ‘Midsummer Lady’s Night’ en ze hoopt dat deze brief een positieve bericht is op deelname. Thuis aangekomen opent ze snel de post en leest dat de selectiegesprek vanavond doorgaat in Grand Café Port Warande. Aan haar ouders vertelt ze dat ze zich weer voor een nieuwe kapper certificaat studie heeft ingeschreven, die mogelijk een heel weekend duurt. De uitnodiging prikkelt haar om vanavond een speciale kleding te dragen, waarbij ze haar pikante jurk voor haar ouders met een lange vest camoufleert. Ze doet haar makeup later wel als ze op weg gaat naar een van de vriendinnen. In de lange spiegel verschijnt een sensuele vrouw met een duivels glimlach als ze besluit zonder slipje de avond in te gaan.


Koen vindt hij dat hij een beloning verdient omdat hij de gehele ochtend en middag heeft gestudeerd en gaat vroeg op weg naar het eetcafe Port Warande. De workshop wordt daar vlak in de buurt gehouden in een zaaltje van het wijkcentrum. Hij bestelt aan de bar het dagmenu en een biertje, aanschouwt heel even een geïrriteerde bij die zijn angel in de mon chou taart steekt en zoekt een tafeltje op. Een paar tafels tafels verder hebben een groepje vriendinnen het naar hun zin en lachen om grapjes of anekdotes die ze elkaar vertellen. De deur zwaait open en daar komt de mysterieuze vrouw binnen van zijn postronde van vanochtend. Verschrikt gaat hij verzitten zodat de vriendinnenclub zijn gezicht niet ziet. Zijn hart slaat over, zijn keel klapt dicht en de stof van zijn broek spant strakker.

De barman serveert zijn avondeten het biertje, die Koen gretig aanneemt. Genietend van zijn beloning merkt hij dat er iemand naast hem staat. Als hij zijn ogen van zijn eten wegdraait ziet hij Sabrina hem aankijken die vraagt ‘Is het lekker postbode?’ Koen kijkt haar aan en antwoord ‘Eenvoudig doch smaakvol mejuffrouw’. Zij lacht en kijkt haar vriendinnen aan en roept terug ‘Hij zegt mejuffrouw tegen mij!’, waarna de andere dames weer giechelend onverstaanbare commentaar terug joelen.

‘Wat zie je er mooi uit! Feestje?’ flapt Koen uit, terwijl zijn ogen zich fixeren op het gezicht van Sabrina. ‘We gaan naar de film en daarna nog wat drinken’ antwoord Sabrina, en maakt aanstalten om naar de bar te lopen. ‘Dus dan zie ik je vanavond later weer hier’ antwoord Koen, spelend met zijn eten. ‘Wie weet’ fluistert Sabrina en loopt richting de bar om af te rekenen.

In zijn hoofd zegt hij tegen haar ‘Misschien denk jij dat ik geen hoogte van je krijg, maar ik begrijp je helemaal. Je blik vertelt me wat je mond voor mij verzwijgt’. Koen staart naar haar strak omhulde billen en goddelijke benen. Sabrina draait zich om, kijkt Koen aan en vraagt ‘Bevalt het wat je ziet?’. ‘Niks mis mee’ reageert Koen en gaat verder met zijn avondeten. Hij houdt zichzelf voor dat hij niet al te gretig moet reageren maar is bang dat de contouren van zijn kruis hem zullen verraden.

Als de andere dames opstaan om richting de uitgang te lopen, komt Sabrina langs Koen en schuift hem een bierviltje toe. ‘Stuur maar een berichtje wat maakt dat het de moeite waard is om hier terug te komen.’ Zonder hem nog aan te kijken loopt ze mee met de andere vrouwen. Verrast door haar voorstel draait Koen zich om en roept na ‘Waar staat de S voor?’ Er komt geen antwoord als hij haar mobiele nummer in zich opneemt gekroond met een gracieuze S er boven.


Ella heeft altijd moeite als de ouders de kinderen komen ophalen en ze afscheid moet nemen van haar engeltjes. Thuis gekomen vraagt haar moeder hoe het op haar werk is en of Ella niet is vergeten dat vanavond de workshop wordt gegeven over gezinsbehandelingen binnen haar werk.

De zaal is nog maar gevuld met enkele geïnteresseerden als Ella een plekje zoekt achterin de zaal tegen de muurkant. Ze heeft haastig gegeten, want ze vind het niet prettig ergens binnen te komen waar een grote groep onbekenden er al zijn die haar aankijken. Ze leest de brochure die haar bij de ingang is aangereikt en ziet de zaal snel vollopen. Een gong geeft aan dat de workshop gaat beginnen en achter haar hoort ze een mannenstem fluisteren ‘Mag ik naast je komen zitten?’ Ze staat op en laat Koen langs en gaat weer zitten, terwijl Koen zijn hand uitsteekt en fluistert ‘aangenaam Koen.’ Ella pakt zijn hand en fluistert bijna onverstaanbaar ‘hallo.’

Koen ziet de brochure liggen, die Ella heeft gekregen en vraagt ‘Mag ik?’. Als Ella de brochure wilt oppakken doet Koen het zelfde, waardoor beide handen elkaar aanraken en een statische vonk overslaat wat maakt dat Ella naar achteren schiet. Ze valt bijna uit haar stoel en Koen probeert haar tegen te houden door haar schouders vast te pakken. Door het gestommel kijkt iedereen naar achteren. Ella voelt zich opgelaten, staat geïrriteerd op en loopt naar buiten.

Koen baalt van zijn onhandige manoeuvre is en gaat haar achterna. In de foyer roept hij Ella na om te wachten en ziet haar door de draaideur verdwijnen. Koen blikt door de ramen of hij Ella ziet en staart naar een stroom haastige voorbijgangers op weg naar huis of een afspraak. Hij loopt terug naar zijn plaats en richt zijn aandacht op de spreker, terwijl de lege stoel naast hem benadrukt dat zijn onhandigheid zijn avond klungelig laat beginnen..


De film kan Sabrina niet bekoren. Ze verveelt zich en praat constant door de film heen. Haar vriendinnen reageren elke keer met een ‘Sttt’ en de andere bioscoopgangers om haar heen beginnen zich ook al te ergeren. Telkens kijkt ze op haar mobiele telefoon in de hoop een berichtje te ontvangen van haar onbekende postbode. Jammer dat ze zijn nummer niet heeft gevraagd. In de pauze probeert ze haar vriendinnen over te halen om weg te gaan. De vriendinnen protesteren en geven aan dat Sabrina dan maar ergens wat moet drinken en dan komen de anderen na de film daar naar toe. Als de anderen weer de filmzaal ingaan moet Sabrina nodig naar het toilet. Als haar handen zijn afgedroogd staat ze voor de grote spiegel en zoekt haar lippenstift. In haar tas ziet ze een kleine tube tijgerbalsem die ze al een hele tijd geleden heeft gekocht. De tube ruikt nauwelijks als ze de dop afschroeft en ze vraagt zich af of de tijgerbalsem is uitgewerkt. Ze doet wat balsem op haar middelvinger, kijkt in de spiegel of er iemand binnenkomt, stroopt haar jurk een beetje op en smeert haar clitje daarmee in. Gelijk voelt ze haar genotsknopje branden en wordt haar gezicht warm. Schrijdend gaat ze de bioscoop uit richting de eetcafé Port Warande en baalt dat het wel een groot toefje was die ze heeft uitgesmeerd.

Ella merkt dat de demon in haar de overhand krijgt en gaat sneller lopen. Waarom moest die man naast haar gaan zitten? Had hij niet op tijd kunnen komen, dan had hij zelf een brochure gekregen? Ella voelt dat de demon de kans grijpt om haar uit te dagen. Toen ze zijn stem hoorde sloeg haar hart over en had ze moeite op te staan en hem door te laten. Toen letterlijk de vonk oversloeg, was Ella even zichzelf kwijt. Tot overmaat van ramp pakt hij haar bij haar schouders, waardoor de chaos in haar hoofd compleet was. De enige gedachte die in haar opkwam was om naar buiten te gaan voor meer zuurstof. Overrompeld door de ontmoeting vraagt Ella zich af wie deze bijzondere jongeman is, terwijl het zinnetje ‘toeval bestaat niet’ door haar hoofd surft. Ella lijkt hierdoor de weg te vergeten die ze wilde opgaan, en is elk gevoel van richting kwijt. Dan ziet ze de vrouw van kickboksen aan de overkant lopen en snelt haar achterna. Ze wil niet gezien worden door de kickboxdame, maar ze mag haar ook niet uit het oog verliezen. Als ze stilstaat om zich te oriënteren staat Sabrina naast haar.

‘Hey kick buddy, ik herkende je al toen je overstak, je bent me toch niet aan het stalken hè? Waar ga je naar toe?’ Ella zoekt naar woorden om zo spontaan mogelijk over te komen, maar komt niet verder dan Sabrina sprakeloos aan te kijken met een geluidloze hoi op haar lippen. ‘Kom anders gezellig met mij een drankje drinken bij de Warande? Ik ben Sabrina.’ Ella fluister zachtjes haar naam en moet snel lopen om Sabrina bij te benen. Met haar handen diep in haar zakken loopt ze met Sabrina mee, haar hart in de hoogste versnelling en haar hoofd in de wolken.

Wie is deze vrouw en waarom voelt ze zo bijzonder? Ella’s demon heeft zich verscholen, verrast door dit toeval en fluistert ‘Je denkt dat je stil bent, maar al je gedachten maken geluid’.


Sabrina kijkt om zich heen en vraagt aan Ella waar ze wilt zitten. Dan ziet ze de man, die ze herkent van de website waar ze zich voor heeft ingeschreven voor de ‘Midsummer Lady’s Night’. Ella is gaan zitten aan een tafeltje in een hoekje.

‘Wat wil je drinken?’ vraagt Sabrina. Daarbij komt Sabrina heel dicht bij het gezicht van Ella wat haar doet blozen. Sabrina kijkt haar iets te lang in haar ogen en komt heel dicht met haar lippen bij haar mond. ‘Oh doe maar een frisje’ antwoord Ella om de kus die ze verwacht af te wenden. ‘OK, ik bestel wel even. Ik zie daar iemand die ik even gedag ga zeggen, ben zo terug hoor’.

Als Sabrina zich voorstelt bij de organisator van het evenement houdt hij haar stevig bij haar pols vast en begint vragen te stellen die vrij persoonlijk zijn. Het gebeurt allemaal op zo’n toon dat ze zich er niet prettig bij voelt. ‘Kan je mijn pols loslaten, je knijp ‘m fijn en het doet pijn.’ De man lijkt niet gewend aan een afwijzing en zijn vingers knellen nog steviger rond haar pols. Sabrina zegt vriendelijk doch dwingend ‘Als je niet heel snel mijn pols loslaat …’ Met vlakke hand slaat ze hem in zijn gezicht waardoor hij zijn greep verslapt en Sabrina loslaat. De andere mannen blijven verstijfd stilstaan en wachten af wat er gaat gebeuren.


Als Koen de Port Warande binnenstapt ziet hij Ella aan een tafel zitten en Sabrina tussen een groepje mannen staan. Koen loopt naar Ella toe om zich te verontschuldigen voor wat er vanavond gebeurde en hoort geroezemoes die aanzwelt uit de praathoek van Sabrina. Twee mannen houden Sabrina vast, terwijl de gesprekspartner van Sabrina met een kras over zijn wang haar voor alles wat slecht en goedkoop is uitmaakt. Twee andere mannen die haar proberen te betasten houdt ze met trapbewegingen op afstand. Koen loopt naar Sabrina toe en wordt tegengehouden door de twee mannen.

‘Sorry, ze is in gesprek, even uw beurt afwachten. Er zijn vier wachtenden voor u.’ Koen wil de arm van een van de mannen wegduwen, maar de beide mannen duwen hem hard naar achteren. Koen valt en neemt in zijn val wat stoelen mee.

Er knakt iets bij Ella en haar demon neemt de overhand. In haar hoofd raast het zinnetje ‘Als zij zo bijzonder is, waarom doe je niks’? Het wordt rood voor haar ogen en de adrenaline giert door haar lijf. ‘Jij bent haar engel!’ fluistert de demon sissend. Dan springt Ella op en rent naar de mannen toe en met een paar stoot- en kick bewegingen duwt ze de mannen weg van Sabrina. De mannen laten haar los en Ella trekt haar mee richting de uitgang.

Koen gebruikt een stoel als schild om de mannen op afstand te houden, terwijl hij achteruit naar de uitgang sluipt. Gedrieën rennen ze nu weg van de mannen, die buiten adem allerlei verwensingen hun kant uitroepen.

Als door de dood bedreigt blijven ze rennen tot ze het appartement van Koen naderen. Als ze alledrie binnen staan draait hij draait alle sloten op slot. Ze laten zich buiten adem op de bank vallen. Koen staart verbaasd naar Sabrina en kijkt Ella aan.

‘Ken jij haar?’ Naar adem snakkend knikt Ella ‘van kickboksen’.

‘Had je dat niet eerder kunnen zeggen, sla ik een beetje een flater’. Hij stoft zijn kleding af terwijl hij blijft staan. Dan kijkt hij Ella aan. ’Ik moet even wat frisse lucht’.Hij loopt naar het keukentje en opent de achterdeur.

Ella voelt zich gekwetst omdat zij deze situatie niet heeft uitgelokt. Ze blijft zitten en staart naar de deur in de hoop dat Koen weer binnenstapt. Sabrina is op adem gekomen en vlijt zich tegen Ella aan die haar armen om haar heen slaat. Koen stapt naar binnen en ziet dat Sabrina een wond heeft aan een van haar armen en zoekt zijn EHBO kistje op. Als hij terugkomt ziet hij dat Ella Sabrina troost en door haar haren strijkt en haar teder overal op haar gezicht kust.

Een golf van jaloezie stroomt door Koen die zich omdraait richting de keuken. Waarom doet Ella dit? Ze komt bij hem over als een vrouw, die zich eigenlijk geen raad weet met de situatie, maar Koen heeft dit niet zien aankomen. Terwijl Koen naar buiten staart en zijn boze gevoelens probeert te temperen, is de demon van Ella helemaal wakker geworden en laat Ella zich in zijn armen wurmen.

‘Zin in een kopje thee’? vraagt Koen als een gillende fluitketel hun omhelzing onderbreekt.

‘Geef mij maar iets sterkers’ horen ze Sabrina achter hun antwoorden en Ella bekijkt de wond op haar arm. Ella pakt de fles whiskey die op een tafeltje staat en loopt naar Sabrina toe. 'Wil je een pleister of een whiskey Sabrina’? vraagt Ella. ‘Ik wil een kusje op mijn wond’ antwoord Sabrina. ‘Nee eerst schoonmaken’ reageert Koen en maakt zijn EHBO kistje open om te kijken of er iets inzit waarmee de wond kan worden schoongemaakt. Ella gaat naast Sabrina zitten en geeft haar een kus. 'Als het niet op de wond mag dan maar zo’.

In de tussentijd probeert Koen de wond schoon te maken. ‘Dit gaat zo niet of ik moet de mouw van je jurk doorknippen’ oppert Koen. ‘Nee zeg, dan trek ik mijn jurk wel uit, die heeft mij een vermogen gekost’. Als Sabrina haar striptease beëindigd door haar jurk langs haar naakte lichaam te laten glijden valt er een stilte en komen Ella en Koen langzaam naar haar toe. Koen met een flesje jodium en Ella met een glas whiskey. Sabrina neemt een slok van de whiskey als Koen haar wond reinigt en er een pleister opdoet. Koen kust haar van achteren in haar nek en haar lichaamsgeur vermengt met haar parfum prikkelt zijn verlangen. Ella kust Sabrina vol passie op haar mond en hun tongen vinden elkaar in een gretige sensuele kus.

De handen van Koen vindt Ella en Sabrina. De lippen van Sabrina vinden de lippen van Ella. De handen van Ella vinden Koen en Sabrina. De mond van Koen vind de vingers van Ella.

Langzaam vlijen hun warme lichamen zich neer op het tapijt en vult de kamer zich met engelenliefde en duivelse lust en een stem die fluistert ‘laten wij de avond delen met de nacht die ons wordt gegeven’.